De kantonrechter van Rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van Nedahuis B.V. tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerster], die sinds 1 juni 2012 in dienst was als Managing Director/Regiomanager Zorg. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 juli 2019 vanwege een ernstig verstoorde arbeidsverhouding.
Nedahuis stelde dat het verschil van inzicht over de taakinvulling zodanig was dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet redelijk was, terwijl herplaatsing in een passende functie niet mogelijk bleek. [Verweerster] erkende de verstoring maar stelde dat zij zich steeds naar behoren had ingezet en dat geen van partijen verwijt treft.
De kantonrechter oordeelde dat de verstoring ernstig was en dat het verzoek tot ontbinding niet verband hield met ziekte, ondanks dat [verweerster] sinds april 2018 ziek was gemeld. Er was geen sprake van een opzegverbod. De kantonrechter vond voldoende aannemelijk dat er een redelijke grond was voor ontbinding en stelde het einde van de arbeidsovereenkomst vast op 1 juli 2019.
Daarnaast werd Nedahuis veroordeeld tot betaling van een bruto beëindigingsvergoeding van €30.000, inclusief de wettelijke transitievergoeding. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij partijen elk hun eigen kosten dragen.