ECLI:NL:RBMNE:2019:5648
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de gemeente waarin de WOZ-waarde van zijn woning in Utrecht voor het belastingjaar 2018 op € 578.000,- is vastgesteld. Verweerder heeft deze waarde gebaseerd op een taxatierapport waarin de woning is vergeleken met vier referentiewoningen in dezelfde wijk.
Tijdens de procedure heeft eiser zijn aanvankelijke bezwaren over de ligging van de woning nabij het spoor ingetrokken en betoogd dat de wijziging van het aantal kubieke meters van de woning niet correct is verwerkt in de waardebepaling. Daarnaast stelde eiser dat de staat van onderhoud van de woning slechter is dan door verweerder vastgesteld en uitte hij twijfels over de grondstaffel die bij de waardebepaling is gebruikt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De prijs per kubieke meter is adequaat aangepast, de staat van onderhoud is terecht als 'voldoende' gekwalificeerd en de grondstaffel is gebaseerd op vergelijkbare verkopen in de buurt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 578.000,- wordt ongegrond verklaard.