Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
2 [gedaagde sub 2] ,
3 [gedaagde sub 3] ,
1.Inleiding
2.Wat vindt de kantonrechter ervan?
300,00(1 punt x tarief € 300,00)
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een incasso-overeenkomst tussen een vennootschap onder firma (VOF) en een besloten vennootschap, waarbij een voormalig vennoot uit de VOF zich verweerde tegen aansprakelijkheid voor opdrachten na zijn uittreding per 1 juni 2017.
De kantonrechter stelt vast dat een VOF geen rechtspersoon is en dat vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor verbintenissen van de VOF zolang zij vennoot zijn of totdat zij dit aan de wederpartij kenbaar maken. De incasso-overeenkomst werd als duurovereenkomst beoordeeld, waarbij de VOF partij was bij alle incasso-opdrachten binnen het kader van de raamovereenkomst.
De voormalig vennoot had niet concreet aangetoond dat de eiseres op de hoogte was van zijn uittreding, ondanks het bestaan van contacten en een mailwisseling. De stellingen hierover waren te algemeen en onvoldoende concreet om aansprakelijkheid uit te sluiten.
Daarom werd de voormalig vennoot, samen met de VOF en de andere vennoot, hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de openstaande facturen, rente, incassokosten en proceskosten. De verdeling van de kosten tussen de vennoten is een interne aangelegenheid.
Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De VOF en beide vennoten worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de gevorderde incassokosten, rente en proceskosten.