In deze zaak heeft verzoekster, als testamentair bewindvoerder over het erfdeel van twee minderjarige erfgenamen, verzocht om ontslag als bewindvoerder en benoeming van opvolgend bewindvoerders vanwege verstoorde familieverhoudingen.
Uit het testament van de erflaatster blijkt dat testamentair bewind is ingesteld over de erfdelen van de minderjarige kleinkinderen tot zij 25 jaar zijn. Verzoekster is benoemd als bewindvoerder en heeft de benoeming aanvaard. Het testament bepaalt tevens dat de bewindvoerder bevoegd is om bij notariële akte een opvolgend bewindvoerder te benoemen, met uitsluiting van bepaalde familieleden.
De kantonrechter overweegt dat het ontslag van verzoekster als bewindvoerder op haar eigen verzoek kan worden toegewezen. Het verzoek tot benoeming van opvolgend bewindvoerders wordt echter afgewezen omdat het testament voorziet in de benoeming daarvan door de huidige bewindvoerder en de kantonrechter daarin geen rol heeft.
De beschikking ontslaat verzoekster met ingang van de dag na de uitspraak als testamentair bewindvoerder en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.