Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 oktober 2019 in de zaak tussen
[eiser] en [eiseres] , te [woonplaats] , eisers
[derde-partij], te [woonplaats] , gemachtigde: mr. M.A. Patandin.
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers hebben beroep ingesteld tegen een omgevingsvergunning die door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede is verleend aan een derde-partij voor de uitbreiding van een woning in een beschermd stadsgezicht. Eisers voerden meerdere bezwaren aan, waaronder een vermeende verkeerde procedure, een incorrect welstandsadvies, het ontbreken van een schoongrondverklaring, en aantasting van hun eigendom.
De rechtbank oordeelde dat de vergunning op grond van artikel 2.1 van de Wabo is verleend binnen het limitatief-imperatief stelsel, waarbij alleen de in artikel 2.10 Wabo genoemde weigeringsgronden tot weigering kunnen leiden. Geen van deze gronden was van toepassing. De reguliere bezwaarprocedure is correct gevolgd, en het welstandsadvies mocht zonder aanvullende motivering worden overgenomen. Ook was geen bodemonderzoek vereist en was er geen verbod op heien aangetoond.
Verder is gesteld dat de vergunning niet op andere gronden, zoals privaatrechtelijke belemmeringen, geweigerd kan worden. Ook procedurele klachten over het ontbreken van stukken bij de vergunning en de hoorzitting werden verworpen. De rechtbank concludeerde dat het bezwaar terecht ongegrond is verklaard en wees het beroep af.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.