Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 februari 2019;
- het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina 88;
- het proces-verbaal van bevindingen, pagina 149 en 150.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
.Gelet op de inhoud en het advies van de Reclassering Nederland, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal zij bevelen dat de bijzondere voorwaarden die verdachte zal worden opgelegd en het toezicht door de reclassering, dadelijk uitvoerbaar zijn.
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 14d, 36c, 36d, 36f, 38v, 38w, 45, 57, 285, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en
- 55 van de Wet wapens en munitie;
12.BESLISSING
Oplegging straf en maatregel
gevangenisstraf van 24 maanden;
een gedeelte van 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 3 jaren;
- zich niet ophoudt in het gebied binnen een straal van 500 meter van de woning van [slachtoffer 1] , gelegen aan de [adres] te [woonplaats] ;
- zich onthoudt van contact met [slachtoffer 1] , geboren op [2002] , en [slachtoffer 2] , geboren op [2001] ;
vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaaris.
voorhanden heeft gehad;