Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Het verzoek tot behandeling achter gesloten deuren
3.Het incident
4.Het geschil in de hoofdzaak en de beoordeling daarvan
980,00
Rechtbank Midden-Nederland
Deze zaak betreft een kort geding over een Europese aanbestedingsprocedure door de Gemeenschappelijke Regeling Afval Verwijdering Utrecht (AVU) voor verwerking, overslag en transport van diverse afvalstromen in de regio Utrecht. EEW betwist de clustering van perceel 2 en de voorwaarden van de aanbesteding, stellende dat deze de mededinging kunstmatig beperken en disproportioneel zijn.
De voorzieningenrechter oordeelt dat AVU voldoende belang heeft bij clustering vanwege de krappe afvalverwerkingsmarkt en dat de clustering niet leidt tot een onevenredige beperking van de mededinging. Ook de referentie-eisen voor technische en beroepsbekwaamheid zijn proportioneel, mede omdat inschrijving in combinatie of onderaanneming mogelijk is. De variantensystematiek en de vermeende kennisvoorsprong van de zittende dienstverlener AVR worden eveneens niet als onrechtmatig beoordeeld.
Het verzoek van EEW om de behandeling achter gesloten deuren te laten plaatsvinden wordt afgewezen, evenals haar bezwaren tegen de voeging van Attero aan de zijde van AVU. De vorderingen tot heraanbesteding en andere maatregelen worden afgewezen. EEW wordt veroordeeld in de proceskosten van AVU en Attero.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van EEW af en veroordeelt haar in de proceskosten van AVU en Attero.