Verdachte heeft zich gedurende ongeveer twee jaar schuldig gemaakt aan omvangrijke BTW-fraude door bij het indienen van aangiften omzetbelasting voor zijn eenmanszaak en als feitelijk leidinggevende van twee BV's fictieve bedragen aan voorbelasting op te geven. Hierdoor kon de Belastingdienst de juiste belastingverplichtingen niet vaststellen en aanslagen niet correct opleggen.
De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte meerdere keren opzettelijk onjuiste aangiften heeft gedaan, waarbij hij te hoge bedragen aan voorbelasting heeft opgegeven. De verdediging pleitte voor een gedeeltelijke vrijspraak voor het eerste feit, maar de rechtbank verwierp dit op basis van bekentenissen en dossierstukken.
Bij de strafoplegging heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de fraude, de duur, het gebruik van meerdere rechtspersonen, en het benadelingsbedrag van uiteindelijk €120.658,- na suppletie. Ondanks openheid van zaken en het ontbreken van eerdere veroordelingen, vond de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats, deels voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.