Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.VRIJSPRAAK FEITEN 1 EN 2
5.VOORLOPIGE HECHTENIS
6.BESLAG
7.BESLISSING
heft ophet (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis;
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het voorbereiden van een overval waarbij politie-uniformen en attributen werden gebruikt, en van opzetheling van politiekleding. De overval zou plaatsvinden op 19 oktober 2018 te Hoogeveen, waarbij verdachten zich als politieagenten zouden voordoen. Verdachte werd op heterdaad aangehouden samen met medeverdachten.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist van de voorbereidingen en geen opzet had op het plegen van diefstal met geweld of afpersing. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte wist van de aanwezigheid van politiekleding in de door hem gehuurde bestelbus of dat hij wist dat deze goederen bestemd waren voor een overval.
De rechtbank verwierp het verweer dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk was wegens schending van het Tallon-criterium. De verdenking tegen verdachte was stevig, maar het bewijs ontbrak voor zijn wetenschap en opzet. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven en werden in beslag genomen goederen, waaronder een iPhone met simkaart, aan verdachte teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van voorbereidingshandelingen overval en opzetheling politiekleding wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.