Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten verleende een omgevingsvergunning voor het gebruik van een pand als horecabedrijf in strijd met het bestemmingsplan. Eisers, waaronder een Vereniging van Eigenaars (VvE), dienden afzonderlijke bezwaarschriften in, waarop het college niet tijdig besliste, waardoor zij beroep instelden wegens het niet tijdig nemen van een beslissing.
De rechtbank oordeelde dat de VvE ontvankelijk is in haar beroep, mede doordat de vergadering van eigenaars het bestuur met terugwerkende kracht had gemachtigd om bezwaar en beroep in te stellen. De rechtbank stelde vast dat het college de maximale dwangsom van €1.260,- per bezwaarmaker verschuldigd is, omdat elk een afzonderlijk bezwaarschrift had ingediend.
De rechtbank verwierp de stelling van eisers dat het primaire besluit als niet genomen moest worden beschouwd en dat de vergunning van rechtswege was verleend. Ook was het college terecht uitgegaan van een geluidsrapport dat in de bezwaarfase was opgesteld. Daarom bleef de omgevingsvergunning voor tien jaar in stand.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het ging om de dwangsom wegens niet tijdig beslissen en bepaalde dat het college aan beide eisers afzonderlijk de volledige dwangsom moet betalen. Tevens werden het griffierecht en reiskosten deels aan eisers vergoed, terwijl de gevraagde verletkosten niet werden toegekend.