ECLI:NL:RBMNE:2019:6111
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om haar geen WIA-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Verweerder baseerde dit besluit op medische en arbeidskundige rapportages, waarbij een urenbeperking van 6 uur per dag en 30 uur per week werd vastgesteld.
Eiseres stelde dat de medische beoordeling onzorgvuldig was en dat haar beperkingen, met name haar longproblemen en psychische gesteldheid, waren onderschat. De rechtbank oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig tot stand waren gekomen, alle relevante medische informatie waren betrokken en dat de door eiseres overgelegde aanvullende medische gegevens onvoldoende waren om de beoordeling te wijzigen.
Verder werd geoordeeld dat de arbeidskundige beoordeling voldoende was gemotiveerd en dat eiseres de geduide functies kon verrichten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wees ook het bezwaar af dat eiseres onvoldoende gelegenheid had gehad zich voor te bereiden op de hoorzitting.
De uitspraak werd gedaan door rechter N.M. Spelt op 19 december 2019 en is openbaar. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.