ECLI:NL:RBMNE:2019:6225

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 december 2019
Publicatiedatum
8 januari 2020
Zaaknummer
C/16/488248 / FO RK 19-1415
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • P.J. Elferink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a lid 1 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag moeder vanwege manische depressiviteit

De moeder heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om haar gezag over haar tweejarige dochter te beëindigen, omdat zij door haar manische depressiviteit niet altijd in staat is om haar gezag uit te oefenen. De vader en de Raad voor de Kinderbescherming waren aanwezig bij de zitting en steunden het verzoek. De moeder was zelf niet aanwezig.

De rechtbank overweegt dat gezamenlijk gezag in principe gehandhaafd blijft, tenzij het kind klem of verloren dreigt te raken of een wijziging in het belang van het kind noodzakelijk is. De moeder erkent haar beperkingen door haar gezondheidstoestand en acht het beter dat de vader alleen het gezag krijgt. De rechtbank sluit zich hierbij aan en wijst het verzoek toe.

De beschikking bepaalt dat het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en dat de vader voortaan alleen het gezag over de minderjarige zal uitoefenen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beslissing kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het gezamenlijk gezag van de moeder wordt beëindigd en de vader krijgt het gezag alleen toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/488248 / FO RK 19-1415
Beschikking van 13 december 2019
in de zaak van:
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de moeder,
advocaat mr. Th.A.H. van Blokland,
tegen
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vader.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft op 20 september 2019 het verzoekschrift van de moeder ontvangen.
1.2.
De rechtbank heeft op 5 november 2019 een zitting gehouden. Op die zitting waren aanwezig:
  • de advocaat van de moeder;
  • de vader met zijn advocaat;
  • mevrouw [A] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
1.3.
De moeder heeft wel een uitnodiging gekregen, maar is niet naar de zitting gekomen.

2.De feiten

2.1.
De ouders hebben een affectieve relatie gehad.
2.2.
De vader en de moeder hebben samen een dochter,
[naam minderjarige], die op dit moment twee jaar oud is.
2.3.
De vader heeft [voonaam van minderjarige] erkend en de ouders hebben samen het gezag over haar. Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen moeten nemen over de verzorging en de opvoeding van [voonaam van minderjarige] .
2.4.
[voonaam van minderjarige] woont bij de vader.

3.Het verzoek en de beoordeling daarvan

3.1.
De moeder vraagt de rechtbank om de vader alleen met het gezag over [voonaam van minderjarige] te belasten. Dat betekent dat de vader dan alleen, zonder overleg met de moeder, belangrijke beslissingen over de verzorging en opvoeding van [voonaam van minderjarige] kan nemen.
Conclusie
3.2.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen en bepalen dat de vader voortaan alleen belast is met het gezag over [voonaam van minderjarige] . De rechtbank zal hierna uitleggen waarom.
3.3.
Ouders moeten in principe samen beslissingen over hun kind nemen, ook als zij uit elkaar zijn. Zij hebben dan nog steeds gezamenlijk gezag. De wet zegt dat het gezamenlijk gezag van de ouders kan worden beëindigd als een kind ‘klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders’ en niet te verwachten is dat daarin ‘binnen afzienbare tijd’ voldoende verbetering komt of als een wijziging van het gezag om een andere reden in het belang van het kind noodzakelijk is. [1] De rechtbank vindt dat van dat laatste hier sprake is en wel om de volgende redenen.
3.4.
In deze zaak heeft de moeder zelf verzocht om haar gezag te beëindigen. Zij leidt aan manische depressiviteit waardoor zij niet altijd in staat is om haar gezag uit te oefenen en dus belangrijke beslissingen over [voonaam van minderjarige] te nemen. De moeder denkt dat het daarom beter is als de vader alleen het gezag over [voonaam van minderjarige] krijgt. De vader is het met het verzoek van de moeder eens. De rechtbank vindt het knap dat de moeder zelf inziet dat zij er door haar gezondheidstoestand niet altijd voor [voonaam van minderjarige] kan zijn. Het kan inderdaad tot problemen leiden als de moeder niet altijd in staat is om (snel) een beslissing over [voonaam van minderjarige] te nemen als dit nodig is. De rechtbank is het daarom met de ouders en de Raad eens en denkt ook dat het beter is als de vader alleen het gezag over [voonaam van minderjarige] krijgt. De rechtbank zal het verzoek van de moeder daarom toewijzen.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
beëindigt het gezamenlijk gezag van partijen over
[naam minderjarige]en bepaalt dat de vader voortaan alleen het gezag over haar zal uitoefenen;
4.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Elferink, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. C.I.J. van den Bogert als griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2019.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.artikel 1:253n en artikel 1:251a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek.