ECLI:NL:RBMNE:2019:6277
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door verweerder is vastgesteld op €418.000,- voor het belastingjaar 2019. Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatiematrix waarin vier vergelijkbare woningen uit dezelfde wijk zijn opgenomen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede omdat de taxatiematrix verkoopprijzen rond de waardepeildatum bevat en rekening houdt met verschillen in gebruiksoppervlakte en onderhoudstoestand. De stelling van eiser dat de staat van onderhoud slechter is en dat een bezichtiging noodzakelijk was, wordt verworpen omdat verweerder heeft aangetoond dat de woning vier jaar eerder inpandig is opgenomen en sindsdien geen verandering in onderhoudstoestand heeft plaatsgevonden.
Verder wijst de rechtbank erop dat de stijging van de WOZ-waarde ten opzichte van eerdere jaren niet relevant is voor de waardebepaling, omdat elke waardepeildatum op zichzelf staat. Ook de vraagprijs van een naburige woning is niet relevant omdat deze niet overeenkomt met een gerealiseerde verkoopprijs. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €418.000,- wordt ongegrond verklaard.