Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juli 2019 in de zaak tussen
Gemeente Utrecht, te Utrecht, eiseres
[betrokkene](betrokkene), te [woonplaats] .
Rechtbank Midden-Nederland
Betrokkene, werkzaam als medewerker debiteurenbeheer bij de gemeente Utrecht, meldde zich op 27 augustus 2014 arbeidsongeschikt. Na aanvraag van een WIA-uitkering op 6 mei 2016 kende het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) met ingang van 24 augustus 2016 een loongerelateerde WIA-uitkering toe wegens 68,46% arbeidsongeschiktheid.
De gemeente Utrecht was het niet eens met deze beoordeling en stelde dat betrokkene volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was, waardoor een IVA-uitkering gerechtvaardigd zou zijn. De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige, verzekeringsarts J.T.J.A. Klijn, die het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep onderschreef en concludeerde dat betrokkene in staat was om 20 uur per week te werken met de vastgestelde beperkingen.
De rechtbank volgde het deskundigenrapport en verwierp de argumenten van de gemeente. Omdat betrokkene minder dan 80% arbeidsongeschikt is, is er geen recht op een IVA-uitkering. Het beroep van de gemeente werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente Utrecht tegen de toekenning van de loongerelateerde WIA-uitkering aan betrokkene wordt ongegrond verklaard.