ECLI:NL:RBMNE:2019:6313
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiser ontving sinds 2010 een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2018 heeft het UWV de uitkering per 14 oktober 2018 beëindigd omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Eiser betwist dit en voert diverse lichamelijke en psychische klachten aan, waaronder nek-, rug- en schouderklachten, tenniselleboog, knieklachten, jicht, hoofdpijn, allergie, vermoeidheid en depressieve klachten.
De rechtbank beoordeelde of het UWV de Wet WIA correct heeft toegepast en of de medische en arbeidskundige rapporten waarop het besluit is gebaseerd zorgvuldig en logisch zijn. De verzekeringsarts heeft alle klachten erkend en beperkingen opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), met uitzondering van psychische klachten die niet medisch objectief waren vastgesteld. Eiser heeft deze psychische klachten niet met medische stukken onderbouwd.
De arbeidsdeskundige heeft op basis van de FML drie passende functies gevonden die eiser kan vervullen, waarbij het inkomen hoger is dan zijn maatmaninkomen. Hierdoor is eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt en heeft hij geen recht meer op een WIA-uitkering.
De rechtbank concludeert dat het UWV de uitkering terecht heeft beëindigd en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 14 oktober 2018.