ECLI:NL:RBMNE:2019:6332
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beslissing over WIA-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing arbeidsbeperkingen
Eiser ontving vanaf 29 juni 2018 een WIA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 37,32%. Hij betwistte dit percentage en stelde dat hij meer beperkingen heeft dan vastgesteld door de verzekeringsarts van het UWV. Ter onderbouwing overhandigde hij diverse medische rapporten, waaronder een rapport van zijn eigen verzekeringsarts Kruithof.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zijn besluit mocht baseren op de rapporten van zijn verzekeringsarts, mits deze zorgvuldig en logisch zijn opgesteld. De door eiser overgelegde medische stukken waren onvoldoende om het oordeel van de verzekeringsarts van het UWV te weerleggen. De rechtbank vond de motivering van de verzekeringsarts begrijpelijk en kon deze volgen.
Hoewel de eigen deskundige van eiser enkele afwijkende opvattingen had over arbeidsduurbeperkingen en specifieke statische houdingen, waren deze niet medisch objectief onderbouwd. Ook de door eiser aangevoerde noodzaak om regelmatig te staan wegens maagklachten was niet met medische gegevens onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat eiser voor 37,32% arbeidsongeschikt is en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het UWV wordt ongegrond verklaard en het arbeidsongeschiktheidspercentage van 37,32% blijft gehandhaafd.