ECLI:NL:RBMNE:2019:6349
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van bezwaar tegen WIA-uitkeringsbesluit
Eiseres ontving een WGA-loonaanvullingsuitkering op grond van de WIA, vastgesteld op 45-55% arbeidsongeschiktheid. De werkgever maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna verweerder het bezwaar gegrond verklaarde en de uitkering verhoogde naar 80-100% arbeidsongeschiktheid. Eiseres stelde vervolgens beroep in tegen dit bestreden besluit, stellende volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn.
De rechtbank moest beoordelen of het beroep ontvankelijk was, waarbij artikel 6:13 Awb Pro bepaalt dat beroep niet mogelijk is als een belanghebbende geen bezwaar heeft gemaakt en dit haar redelijkerwijs kan worden verweten. Eiseres had geen bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit van 31 augustus 2018, waarop het bestreden besluit is gebaseerd.
De rechtbank oordeelde dat eiseres dit redelijkerwijs kan worden verweten, omdat zij dezelfde gronden ook tegen het primaire besluit had kunnen aanvoeren. De stelling dat de werkgever bezwaar mede namens haar had gemaakt, werd niet aannemelijk geacht. Ook de omstandigheden van haar gezondheidssituatie rechtvaardigen geen uitzondering. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bezwaar tegen het primaire besluit en dit wordt haar redelijkerwijs verweten.