Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 november 2019 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres was werkzaam als naaister/meubelstoffeerder bij het bedrijf van haar dochter van 1 april 2015 tot 1 oktober 2015. Na het einde van deze periode vroeg zij WW-, Zw- en WIA-uitkeringen aan. Verweerder stelde echter op basis van een onderzoek (het Arizona onderzoek) dat er geen sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen eiseres en het bedrijf, en trok de uitkeringen in en vorderde terugbetalingen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres niet als werknemer in dienst was, mede vanwege het ontbreken van bedrijfsmatige activiteiten, geen loonadministratie of premies, en een achteraf opgemaakte arbeidsovereenkomst. Eiseres kon geen objectief bewijs leveren dat zij wel werknemer was en haar bezwaren tegen het onderzoek werden niet gegrond verklaard.
Daarmee bleef het bestreden besluit van verweerder in stand en werd het beroep ongegrond verklaard. Er waren geen dringende redenen om af te zien van intrekking of terugvordering. De rechtbank wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de intrekking en terugvordering van uitkeringen wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.