ECLI:NL:RBMNE:2019:6368
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling WOZ-waarde woning volgens vergelijkingsmethode
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2018, vastgesteld op € 413.000,- door de gemeente. De gemeente handhaafde deze waarde na bezwaar. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of de waarde correct is bepaald volgens de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ).
De gemeente heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de woning is vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde plaats, rekening houdend met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceelgrootte, onderhoudstoestand, woningtype en ligging. De rechtbank acht deze onderbouwing voldoende en sluit aan bij de wettelijke systematiek van waardebepaling via vergelijkingsmethode.
Eiser stelde dat de waarde te hoog is en wees op een lagere waardestijging bij een vergelijkbare woning van de buren. De rechtbank overweegt dat de WOZ-waarde jaarlijks opnieuw moet worden vastgesteld op basis van actuele verkoopcijfers van vergelijkbare woningen en dat vergelijking met voorgaande jaren of buren niet passend is binnen de wettelijke systematiek.
De rechtbank concludeert dat de vastgestelde WOZ-waarde niet hoger is dan de waarde in het economisch verkeer en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 413.000,- wordt ongegrond verklaard.