Eisers verzochten het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Huizen handhavend op te treden tegen de aanleg van een buitenspeelplaats op het perceel van een kinderdagverblijf, stellende dat dit gebruik niet strookt met de bestemming Tuin II in het bestemmingsplan.
Het college wees het verzoek af omdat het gebruik van de tuin als buitenspeelplaats volgens het bestemmingsplan is toegestaan en geen sprake is van een overtreding. Eisers maakten bezwaar en stelden dat het gebruik als speelplaats een ontoelaatbare uitbreiding van het kinderopvangbedrijf is.
De rechtbank oordeelt dat het bestemmingsplan geen nadere uitleg geeft over het begrip 'tuin' en dat normaal gebruik als tuin ook het spelen van kinderen omvat. De inrichting met verharding, gras en natuurlijke elementen en het gebruik door kinderen van het kinderdagverblijf vallen onder normaal tuingebruik en zijn planologisch te rijmen met de bestemming.
Eisers konden onvoldoende aantonen dat het gebruik als speelplaats een zodanige ruimtelijke uitstraling heeft dat het niet meer te rijmen is met de functie van tuin. Daarom was het college terecht niet tot handhaving overgegaan.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.