Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
enkelvoudige kamer
[vezoeker] ,
De procedure
- een e-mailbericht van mevrouw [C] , voornoemd, van 10 januari 2019, inhoudende een verzoek aan de rechtbank om nader uitstel te verlenen, zodat de uitspraak op het verzoek tot onderbewindstelling van [vezoeker] kan worden afgewacht;
- een brief van mevrouw [C] , voornoemd, van 31 januari 2019, met als bijlagen:
De beoordeling
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het toelatingsverzoek toewijzen.
Beslissing
[vezoeker] ,
- verhoogt, vooralsnog, het bedrag bedoeld in artikel 295 lid 2 van Pro de Faillissementswet in die zin, dat buiten de boedel wordt gelaten een bedrag gelijk aan de beslagvrije voet bedoeld in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met dien verstande dat waar in dat artikel staat: "negentig" of "90", wordt gelezen: "95", of, indien de schuldenaar inkomen uit arbeid verkrijgt, gedurende de periode(s) waarin hij dat inkomen verkrijgt: "100";
- stelt bij wijze van voorschot, bij toereikend boedelactief, het salaris van de bewindvoerder vast op het op grond van artikel 2 van Pro het Besluit salaris bewindvoerder schuldsaneringsregeling geldende bedrag;