Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
Op 1 oktober 2019 heeft mr. Klunder een verweerschrift voor ASR ingediend.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster diende een deelgeschilprocedure in tegen ASR Schadeverzekering N.V. vanwege een verkeersongeval waarbij zij als automobilist en mevrouw A als fietser betrokken waren. ASR betoogde dat verzoekster niet-ontvankelijk was omdat mevrouw A, de verzekerde, niet in de procedure was betrokken, wat volgens artikel 7:954 lid 6 BW Pro wel vereist is.
De rechtbank stelde vast dat de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) niet van toepassing was omdat de gemotoriseerde verkeersdeelnemer (verzoekster) de niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemer (mevrouw A) aansprak. Hierdoor kon verzoekster ASR niet rechtstreeks aanspreken zonder betrokkenheid van mevrouw A in de procedure.
Ondanks meerdere verzoeken en pogingen om mevrouw A in de procedure te betrekken, werd geen aangepast verzoekschrift ingediend. De rechtbank zag daarom af van een mondelinge behandeling en verklaarde verzoekster niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelde de rechtbank verzoekster in de proceskosten van ASR, omdat de procedure zonder de vereiste betrokkenheid van de verzekerde niet inhoudelijk kon worden behandeld.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betrekken van de verzekerde in de procedure en veroordeeld in de proceskosten.