De zaak betreft een geschil over de ontbinding van een koopovereenkomst van een woning waarbij de koper een financieringsvoorbehoud had gemaakt tot 20 maart 2018. De verkoper stelde dat de koper niet serieus heeft geprobeerd financiering te verkrijgen en dat hij de koop niet mocht ontbinden. De koper had echter tijdig schriftelijk ontbonden met bewijs van afwijzing door drie kredietverstrekkers.
De rechter oordeelt dat de koper niet tekort is geschoten in zijn inspanningsverplichting om financiering te verkrijgen. Het niet direct aanleveren van de koopakte aan de hypotheekadviseur is niet voldoende om te concluderen dat de koper lichtvaardig heeft gehandeld. Ook de aanwezigheid van een BKR-registratie betekent niet automatisch dat de koper wist dat financiering onmogelijk was.
Daarom is de ontbinding door de koper rechtsgeldig en heeft de verkoper de overeenkomst niet kunnen ontbinden. De vorderingen van de verkoper tot betaling van een boete en schadevergoeding worden afgewezen. De verkoper wordt veroordeeld in de proceskosten van de koper.