ECLI:NL:RBMNE:2019:6517
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser, voormalig bedrijfsarts, verzocht om herziening van een eerder besluit tot afwijzing van zijn WAO-uitkering. Verweerder had het primaire besluit van 8 oktober 2018 genomen, waarin het eerdere besluit van 8 juli 2015 niet werd herzien vanwege het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
Eiser stelde dat uit een verklaring van een verzekeringsarts bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg nieuwe feiten naar voren kwamen die het eerdere besluit onhoudbaar maakten. Tevens voerde hij aan dat het besluit onjuist was vanwege een verkeerde beoordeling van artikel 18 WAO Pro, de maatman en de ziekmelding.
De rechtbank overwoog dat de nadere toelichting van de verzekeringsarts geen nieuw feit oplevert en dat het eerdere besluit terecht in stand blijft. Een inhoudelijke beoordeling van de arbeidsongeschiktheid behoefde niet plaats te vinden omdat dit reeds eerder was beoordeeld.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het afwijzingsbesluit van de herziening van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.