ECLI:NL:RBMNE:2019:6519
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen verwijtbare werkloosheid na ontslag militair
Eiser was militair en volgde een initiële opleiding tot onderofficier. Na een hartoperatie en gedragsproblemen werd hij ontheven uit de opleiding en ontslagen. Het UWV kende hem een WW-uitkering toe, maar betaalde deze niet uit wegens verwijtbare werkloosheid. Eiser stelde dat zijn medische klachten oorzaak waren van zijn gedrag en dat er onvoldoende onderzoek was gedaan.
De rechtbank oordeelde dat het UWV wel degelijk onderzoek had gedaan en dat uit het dossier geen verband bleek tussen medische klachten en verwijtbaar gedrag. Diverse waarschuwingen en afspraken werden door eiser niet nagekomen, zoals te laat komen en onbereikbaar zijn tijdens ziektecontrole.
De rechtbank volgde de eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag dat eiser voldoende kans had gekregen zijn houding te verbeteren en dat het ontslag terecht was. Het beroep tegen het besluit van het UWV is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV is ongegrond verklaard en eiser wordt als verwijtbaar werkloos beschouwd.