ECLI:NL:RBMNE:2019:6553
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak ondanks bewezen medeplegen van grote hoeveelheid hennep en hasj voor coffeeshopbevoorrading
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 5 september 2019 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die samen met een ander een aanzienlijke hoeveelheid hennep en hasj in panden te Utrecht aanwezig had. De hoeveelheid softdrugs bedroeg ongeveer 14.245 gram en diende ter bevoorrading van een coffeeshop waarvan verdachte eigenaar was. Verdachte had voorwaardelijke opzet op het aanwezig hebben van deze voorraad en werd medepleger geacht.
De rechtbank stelde vast dat de voorraad noodzakelijk was voor de continuïteit van de exploitatie van de coffeeshop, die voldeed aan de AHOJGI-criteria. Verdachte had verklaard dat de handelsvoorraad groter was dan de gedoogde 500 gram vanwege de gemiddelde dagverkoop van circa 3,5 kilo. De situatie leidde tot een paradox waarbij de 'voordeurverkoop' werd gedoogd, maar de 'achterdeur' met voorraden en aanvoer verboden bleef.
Hoewel het bewezen feit strafbaar was en verdachte strafbaar was, besloot de rechtbank geen straf of maatregel op te leggen. Dit vanwege de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn van meer dan twee jaar sinds de aanhouding en doorzoeking. De rechtbank achtte dat met deze afdoening voldoende recht werd gedaan aan de belangen en de omstandigheden van het geval.
De tenlastelegging werd volledig bewezen verklaard, medeplegen werd vastgesteld, maar verdachte werd vrijgesproken van het overige. De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer onder voorzitterschap van mr. P.A. Buijs.
Uitkomst: Verdachte is strafbaar bevonden voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep en hasj, maar er is geen straf opgelegd.