Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
pagina 30), die de bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] ondersteunt. Ten aanzien van de herkenning zijn de waarnemingen van de verbalisanten afzonderlijk van elkaar gedaan en geverbaliseerd, waarbij is vermeld dat de verbalisanten beiden eerder met verdachte in aanraking zijn gekomen. De rechtbank ziet derhalve geen reden te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de herkenning van verdachte.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
feit 2en
feit 3bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstrafvan
1 maand,waarbij de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van Bruna Nootdorp toe tot een bedrag van € 391,05 (zegge: driehonderdeenennegentig euro en vijf eurocent);
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan Bruna Nootdorp van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2018 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart Bruna Nootdorp voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van Bruna Nootdorp aan de Staat € 391,05 (zegge: driehonderdeenennegentig euro en vijf eurocent) te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 7 dagen hechtenis;