De rechtbank Midden-Nederland heeft op 24 april 2019 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van twee winkeldiefstallen gepleegd op 5 november 2018 te Almere. Verdachte bekende de feiten en werd wettig en overtuigend bewezen verklaard. De rechtbank oordeelde dat verdachte strafbaar was en kwalificeerde de feiten als diefstal.
Verdachte is een stelselmatige dader met meerdere onherroepelijke veroordelingen voor soortgelijke feiten in de afgelopen vijf jaar. Uit reclasseringsadviezen bleek dat zijn delictgedrag samenhing met verslechterde persoonlijke omstandigheden, waaronder verlies van identiteitspapieren, werkloosheid, dakloosheid en verhoogd alcoholgebruik. Recent toonde verdachte echter inzet om zijn leven te verbeteren, waaronder het regelen van identiteitspapieren, werk en huisvesting.
De officier van justitie vorderde een voorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank achtte verdachte ISD-waardig maar gaf hem een allerlaatste kans door een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 170 dagen (gelijk aan de tijd in voorarrest) te combineren met een voorwaardelijke ISD-maatregel met strikte bijzondere voorwaarden, waaronder meldplicht, ambulante behandeling, dagbesteding en financiële hulpverlening.
De rechtbank benadrukte het belang van deze maatregel vanwege de ernst van de feiten, recidivegevaar en maatschappelijke schade. De voorwaarden worden strikt gehandhaafd door de reclassering. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en verdachte werd veroordeeld conform de bewezenverklaring.