Uitspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 25 september 2019
[verdachte] ,
OVERWEGINGEN
Het oordeel van de rechtbank
medeplichtigheidaan de hennepstekkerij door zijn woning daarvoor ter beschikking te stellen. De rechtbank gaat, in het verlengde van dat bewijsoordeel in de strafzaak, ook in de ontnemingszaak ervan uit dat [verdachte] met anderen wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit de baten van de hennepteelt. Dit betekent dat het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel niet voor het volle pond, maar voor een gedeelte aan [verdachte] dient te worden toegerekend.