ECLI:NL:RBMNE:2019:6610
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling kind onder zorg
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van mishandeling van een kind dat aan zijn zorg was toevertrouwd in de periode van 27 tot 28 januari 2019 in Almere. Het slachtoffer liep letsel op, bevestigd door een forensisch arts, maar was niet persoonlijk door de politie gehoord. De verklaring van het slachtoffer was afgeleid via een medewerker van een instelling.
Verdachte ontkende de mishandeling stellig en ook de moeder van verdachte, tevens medeverdachte, sprak tegen dat verdachte betrokken was. Daarnaast waren er nog twee potentiële getuigen aanwezig bij het incident die niet door de politie waren gehoord. Door het ontbreken van deze cruciale getuigenverklaringen en de tegenstrijdige verklaringen was het voor de rechtbank onvoldoende duidelijk wat er precies was gebeurd en of verdachte een strafrechtelijk verwijtbare rol had gespeeld.
De officier van justitie achtte het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, maar moest verdachte vrijspreken voor het onderdeel dat het slachtoffer aan zijn zorg was toevertrouwd. De verdediging pleitte eveneens voor vrijspraak. Gezien de onduidelijkheid en het ontbreken van voldoende bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde mishandeling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor mishandeling.