Op 24 februari 2018 bedreigden verdachte en haar vader gezamenlijk de vriend van haar zus telefonisch met de dood, omdat de familie-eer op het spel stond vanwege diens relatie met haar zus. De bedreigingen vonden plaats in Vianen en werden opgenomen en geverifieerd door de politie.
Verdachte nam het telefoongesprek van haar vader over en sprak zelf ook bedreigingen uit, waarbij zij verwees naar haar vader en diens woorden. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van medeplegen, omdat verdachte bewust en nauw samenwerkte met haar vader.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte samen met haar vader de bedreigingen heeft geuit, wat strafbaar is als medeplegen van bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. Verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 20 uur, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een contactverbod met het slachtoffer.
De rechtbank hield rekening met de context van eerwraak, de ernst van de bedreigingen, het advies van de reclassering en de jonge leeftijd van verdachte. Een geldboete werd niet passend geacht. De straf is mede bedoeld om herhaling te voorkomen gezien het gemiddelde tot hoge recidiverisico.