ECLI:NL:RBMNE:2019:6655
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid voor functie wikkelaar
Eiser was vanaf 2013 herhaaldelijk arbeidsongeschikt wegens lichamelijke klachten. Verweerder beëindigde op 30 juli 2018 de Ziektewetuitkering en verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond. Eiser stelde dat zijn beperkingen waren toegenomen en dat hij niet geschikt was voor de functie van wikkelaar vanwege ernstige posttraumatische artrose aan zijn rechterenkel.
De rechtbank overwoog dat medische en arbeidskundige rapportages zorgvuldig en begrijpelijk waren opgesteld. De bedrijfsarts bezwaar en beroep concludeerde dat eiser ondanks zijn enkelklachten in staat was de functie van wikkelaar te verrichten, waarbij de pedaalbediening met de linkervoet mogelijk is en geen kracht vereist is.
Eiser bracht geen nieuwe medische informatie aan die de eerdere beoordelingen zou weerleggen. De rechtbank hechtte geen doorslaggevende waarde aan de subjectieve klachten van eiser. Gezien de medische rapportages en het feit dat eiser nog regelmatig fysieke activiteiten onderneemt, oordeelde de rechtbank dat de uitkering terecht is beëindigd.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.M. van der Linde op 16 juli 2019.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 30 juli 2018.