Eiseres ontving een Ziektewet-uitkering die door het UWV werd verlaagd vanwege inkomsten uit arbeid in oktober 2018. Het UWV vorderde een bedrag van €545,70 terug wegens onverschuldigde betaling over die periode. Eiseres betwistte de motivering van dit besluit en vroeg om een inzichtelijke berekening.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom het bedrag werd teruggevorderd, omdat de verwijzingen naar eerdere correspondentie niet specifiek waren en geen inzicht gaven in de berekeningswijze. Eiseres en haar gemachtigde konden met behulp van een vergelijkbare zaak aantonen dat het bedrag correct was, maar dit veranderde niets aan de gebrekkige motivering.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat partijen het eens waren over het terug te betalen bedrag. Tevens werd het griffierecht aan eiseres vergoed en werd het UWV veroordeeld in de proceskosten.