ECLI:NL:RBMNE:2019:6660

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 december 2019
Publicatiedatum
11 september 2020
Zaaknummer
UTR 19/3909 en UTR 19/5121
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen omgevingsvergunning voor woninguitbreiding

Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van verzoekster tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden om een omgevingsvergunning voor het verbouwen en vergroten van een woning aan een adres in haar woonplaats in stand te laten.

Verzoekster betwistte de vergunning en stelde meerdere beroepsgronden aan de orde, waaronder de bevoegdheid van het bestuursorgaan, vermeende partijdigheid en het niet naleven van procedures. De voorzieningenrechter concludeerde dat het besluit bevoegd was genomen door de gemeentesecretaris, dat er geen aanwijzingen waren voor partijdigheid of verduistering van stukken, en dat de vergunning terecht was verleend op basis van toetsing aan de geldende bestemmingsplannen en redelijke eisen van welstand.

Ook het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en erfgoed werd niet onterecht gevolgd. Verzoeksters bezwaren tegen het gebruik van een pad voor bouwverkeer en de vermeende noodzaak van provinciale toestemming werden eveneens verworpen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, zonder toekenning van proceskosten of griffierechtvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit op bezwaar inzake de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 19/3909 en UTR 19/5121
uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 december 2019 op het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoekster] uit [woonplaats] , verzoekster

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, verweerder
(gemachtigden: A.M.J. de Braal en A. den Braven).

Als derde-partij heeft aan de zaak deelgenomen: [derde-partij] , vergunninghouder.

Inleiding
1. Deze zaak gaat over het besluit op bezwaar van 26 november 2019 (hierna: het bestreden besluit), waarin verweerder de omgevingsvergunning van 22 augustus 2019 in stand heeft gelaten. Deze omgevingsvergunning heeft verweerder aan vergunninghouder verleend voor het verbouwen en vergroten van de woning aan de [adres] in [woonplaats] . Verzoekster woont aan de [adres] in [woonplaats] en is het niet met de omgevingsvergunning eens. Verweerder heeft het bezwaar van verzoekster tegen de omgevingsvergunning in het bestreden besluit ongegrond verklaard. Verzoekster heeft vervolgens beroep ingesteld. Hierdoor geldt het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoekster tijdens de behandeling van haar bezwaar had ingediend, nu als een verzoek om een voorlopige voorziening tijdens de beroepsprocedure.
2. De zaak is behandeld op de zitting van 17 december 2019, waarbij alle partijen aanwezig waren. De zaak is op de zitting besproken aan de hand van vragen van de voorzieningenrechter over het dossier. De uitgebreide pleitnota die verzoekster op de zitting wilde voordragen en overhandigen, heeft de voorzieningenrechter geweigerd vanwege strijd met de goede procesorde. Wel heeft de voorzieningenrechter de foto’s die verzoekster had meegebracht en die op de zitting met partijen zijn bekeken, toegevoegd aan het dossier.
3. Omdat de voorzieningenrechter vindt dat nader onderzoek in deze zaak niet kan bijdragen aan de beoordeling van het beroep, doet hij niet alleen uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening, maar ook op het beroep.
Beoordeling van het beroep
4. In tegenstelling tot wat verzoekster meent, stelt de voorzieningenrechter vast dat het bestreden besluit bevoegd is genomen. Het college van burgemeester en wethouders heeft het nemen van besluiten op bezwaar gemandateerd aan de algemeen directeur (de gemeentesecretaris). Het bestreden besluit is in deze zaak correct door de gemeentesecretaris genomen en ondertekend. Deze beroepsgrond slaagt niet.
5. Verzoekster vindt dat verweerder partijdig is en stukken heeft verduisterd. Verzoekster heeft dit standpunt niet onderbouwd en de voorzieningenrechter ziet hiervoor geen enkel aanknopingspunt. Deze beroepsgrond slaagt ook niet.
6. Verweerder moest beslissen op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Dat is een gebonden beslissing: de vergunning móet verleend worden als het bouwplan past binnen het bouwbesluit, de bouwverordening en het bestemmingsplan en voldoet aan de redelijke eisen van welstand.
7. De geldende bestemmingsplannen zijn het plan ‘Buitengebied Zederik’ en het ‘Reparatieplan Buitengebied’. Hoewel verweerder in de stukken alleen het reparatieplan noemt, blijkt uit de motivering dat terecht is getoetst aan de samenhangende bepalingen van de twee bestemmingsplannen. Beide bestemmingsplannen waren in werking toen de omgevingsvergunning werd verleend, zodat verweerder hieraan móest toetsen, ondanks dat er nog een hogerberoepsprocedure tegen het reparatieplan liep. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in die procedure uitspraak gedaan op 23 oktober 2019. Dat verzoekster daarvan herziening heeft gevraagd heeft geen gevolgen voor de bestemmingsplantoets van verweerder. Ook deze beroepsgrond slaagt niet.
8. Verzoekster is het ook niet eens met het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en erfgoed 5HL van 15 augustus 2019. Verzoekster heeft dit standpunt niet onderbouwd. De voorzieningenrechter ziet geen reden voor het oordeel dat verweerder het bestreden besluit niet op dit advies mocht baseren. De beroepsgrond slaagt ook niet.
9. Verzoekster wil tot slot niet dat vergunninghouder haar pad gebruikt voor bouwverkeer, omdat zij bang is voor schade. Het gebruik van het pad en de (mogelijke) schade die daarbij kan optreden, kunnen echter geen rol spelen bij de verlening van de omgevingsvergunning. Ook deze beroepsgrond slaagt dus niet.
10.
In tegenstelling tot wat verzoekster meent is er geen rechtsregel op grond waarvan de provincies Zuid-Holland en Utrecht toestemming moeten geven voor de het bouwplan. De daarop gerichte beroepsgrond slaagt ook niet.
11. De slotsom is dat de beroepsgronden van verzoekster geen van allen slagen. De voorzieningenrechter verklaart het beroep daarom ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling of voor het vergoeden van het griffierecht bestaat geen aanleiding.
Beoordeling van het verzoek om een voorlopige voorziening
12. Omdat de voorzieningenrechter het beroep ongegrond verklaart en de zaak daarmee is afgedaan, is er geen reden om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Voor een proceskostenveroordeling of voor het vergoeden van het griffierecht bestaat ook hier geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.K. de Bruin, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 december 2019.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u daartegen voor zover daarin beslist is op het beroep, binnen zes weken na de dag waarop de uitspraak is verzonden hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze uitspraak is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat.