Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de schriftelijke vordering van de officier van justitie ten bedrage van € 57.661,20, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;
- het strafdossier onder parketnummer 16/660533-16;
- het vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank van 14 juni 2019 in de onderliggende strafzaak met parketnummer 16/660533-16;
- het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht van 25 februari 2016;
- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 31 mei 2019.
2.Het onderzoek ter terechtzitting
3.De beoordeling
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod,