ECLI:NL:RBMNE:2019:6688

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 juli 2019
Publicatiedatum
4 januari 2021
Zaaknummer
C/16/483801 / JE RK 19-1341
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking tot machtiging uithuisplaatsing minderjarige in kamertrainingscentrum

De kinderrechter van de rechtbank Midden-Nederland behandelde op 17 juli 2019 het verzoek van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een kamertrainingscentrum. De minderjarige en zijn moeder waren het eens met het verzoek.

Het ouderlijk gezag wordt door de moeder uitgeoefend en de minderjarige woont bij haar. Eerder was de minderjarige onder toezicht gesteld bij beschikking van 28 november 2018, welke ondertoezichtstelling doorloopt tot een nader te bepalen datum in 2019.

De kinderrechter oordeelde op basis van de stukken en de zitting dat uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige, conform artikel 1:265b lid 1 BW. Er was geen verweer tegen het verzoek. De machtiging werd verleend met ingang van 17 juli 2019 tot de einddatum van de ondertoezichtstelling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en werd mondeling en openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige in een kamertrainingscentrum is verleend met ingang van 17 juli 2019 tot het einde van de ondertoezichtstelling.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaakgegevens : C/16/483801 / JE RK 19-1341
datum uitspraak: 17 juli 2019

beschikking uithuisplaatsing

in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Samen Veilig Midden-Nederland, hierna te noemen de GI,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [datum] 2001 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [voornaam van minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam belanghebbende] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

Op 3 juli 2019 is het verzoek met bijlagen van de GI van 2 juli 2019 binnengekomen bij de griffie.
Het verzoek is besproken op de zitting van 17 juli 2019. Op die zitting waren aanwezig:
- de minderjarige [voornaam van minderjarige] , die apart is gehoord,
- de moeder,
- mevrouw [A] , namens de GI.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. [voornaam van minderjarige] woont bij zijn moeder.
Bij beschikking van 28 november 2018 is [voornaam van minderjarige] onder toezicht gesteld. Deze ondertoezichtstelling loopt tot [datum] 2019.

Het verzoek

De GI heeft verzocht een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] in een kamertrainingscentrum van [naam instelling] in [vestigingsplaats] te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Het standpunt van belanghebbenden

[voornaam van minderjarige] en zijn moeder zijn het eens met het verzoek.

De beoordeling

De kinderrechter is op grond van de overgelegde stukken en de behandeling op de zitting van oordeel dat uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek). Tegen het verzoek is geen verweer gevoerd. De kinderrechter zal het verzoek dus toewijzen.

De beslissing

De kinderrechter:
verleent machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] in een voorziening voor kamertraining met ingang van 17 juli 2019 tot [datum] 2019;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2019 door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in aanwezigheid van E. Berghuis als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 26 juli 2019.