De kinderrechter van de rechtbank Midden-Nederland behandelde op 17 juli 2019 het verzoek van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een kamertrainingscentrum. De minderjarige en zijn moeder waren het eens met het verzoek.
Het ouderlijk gezag wordt door de moeder uitgeoefend en de minderjarige woont bij haar. Eerder was de minderjarige onder toezicht gesteld bij beschikking van 28 november 2018, welke ondertoezichtstelling doorloopt tot een nader te bepalen datum in 2019.
De kinderrechter oordeelde op basis van de stukken en de zitting dat uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige, conform artikel 1:265b lid 1 BW. Er was geen verweer tegen het verzoek. De machtiging werd verleend met ingang van 17 juli 2019 tot de einddatum van de ondertoezichtstelling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en werd mondeling en openbaar uitgesproken.