Partijen zijn gescheiden en hebben twee minderjarige kinderen. De moeder verzoekt vervangende toestemming om met de kinderen te verhuizen naar een andere plaats en hen daar in te schrijven op scholen. De vader verzet zich hiertegen en vraagt onder meer om een bijzondere curator te benoemen.
De rechtbank weegt het belang van de moeder om een nieuw leven op te bouwen en samen te wonen met haar partner, die een bedrijf heeft in de beoogde nieuwe woonplaats, af tegen het belang van de vader om contact met de kinderen te behouden. De rechtbank constateert dat de moeder onvoldoende heeft onderbouwd dat de verhuizing noodzakelijk is en dat de afstand tussen de woonplaatsen (circa 132 kilometer) het contact tussen vader en kinderen ernstig kan belemmeren.
Ook de goede band van de kinderen met de familie van de vader, met name de grootmoeder, speelt een rol. De rechtbank concludeert dat het belang van de moeder onvoldoende opweegt tegen het risico van verminderd contact tussen vader en kinderen en wijst het verzoek af. De subsidiaire verzoeken van de vader worden niet behandeld.