De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van de man om vervangende toestemming te verkrijgen voor de erkenning van zijn tweede kind, dat hij nog niet had erkend, en om de geslachtsnaam van dit kind te wijzigen van die van de moeder naar die van hemzelf.
De moeder verzette zich niet tegen de erkenning, noch was er discussie over het vaderschap. De rechtbank besloot daarom de vervangende toestemming voor erkenning toe te wijzen. Ten aanzien van de geslachtsnaamswijziging waren partijen het niet eens. De man stelde dat het in het belang van de kinderen was dat zij dezelfde achternaam dragen, terwijl de moeder vond dat het tweede kind de oorspronkelijke achternaam moest behouden.
De rechtbank oordeelde dat het belang van het kind bij uniformiteit binnen het gezin zwaarder woog en dat het jonge kind geen nadeel zou ondervinden van de naamswijziging. Daarom werd het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam toegewezen. De beschikking werd op 16 augustus 2019 door kinderrechter A.G. van Doorn uitgesproken.