De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van de moeder om de omgangsregeling met haar minderjarige dochter te wijzigen, zodat het kind eens per veertien dagen een dag in het weekend bij haar verblijft van 10:00 tot 17:00 uur.
De moeder erkende in haar brief dat zij de omgangsafspraken niet altijd nakwam vanwege ziekte, verslechterd contact met de vader en stalking, wat voor onduidelijkheid en onzekerheid zorgde. De kinderrechter achtte het belang van het kind, een kwetsbaar meisje dat behoefte heeft aan stabiliteit en veiligheid, leidend.
De rechtbank constateerde dat de moeder en de gecertificeerde instelling (GI) niet in gesprek waren gekomen ondanks afspraken daartoe. Gezien deze omstandigheden zag de rechtbank geen ruimte om de omgangsregeling uit te breiden en wees het verzoek af.
De beschikking werd op 22 juli 2019 uitgesproken door kinderrechter P.W.G. de Beer. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen drie maanden na uitspraak of betekening.