De rechtbank Midden-Nederland behandelde een geschil tussen ouders over de praktische uitvoering van de zorgregeling voor hun minderjarige kind, waarbij enkel het halen en brengen van het kind ter discussie stond. Na eerdere aanhouding in afwachting van ouderschapsbemiddeling bereikten partijen overeenstemming over de zorgregeling zelf, maar niet over wie verantwoordelijk is voor het halen en brengen.
Tijdens de zitting op 15 augustus 2019 waren beide ouders met hun advocaten aanwezig, evenals een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming. De rechtbank concludeerde samen met de Raad dat het halen en brengen een gezamenlijke verantwoordelijkheid is en gelijk verdeeld moet worden. Dit draagt bij aan het vertrouwen van het kind in beide ouders en bevordert het contact.
Hoewel de moeder bezwaren had over reistijd, financiën en aanpassing van het kind, vond de rechtbank dat het belang van het kind zwaarder woog. Daarom werd bepaald dat de vader het kind naar de moeder brengt en de moeder het kind naar de vader. Het overige meer of anders verzochte werd als ingetrokken beschouwd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden bestreden door hoger beroep.