ECLI:NL:RBMNE:2019:6720

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 november 2019
Publicatiedatum
6 januari 2021
Zaaknummer
C/16/486779 / FA RK 19-4998
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige zorgregeling en gebruik woning bij echtscheiding met minderjarige

Partijen zijn gehuwd sinds 2008 en hebben een dochter geboren in 2009. Zij zijn voornemens te scheiden en verzoeken de rechtbank om voorlopige voorzieningen te treffen gedurende de echtscheidingsprocedure.

De rechtbank kent de zorg voor de minderjarige toe aan de man, conform de overeenstemming tussen partijen. De zorgregeling voorziet in een wisselend verblijf waarbij de dochter de ene week van woensdag na school tot zondagavond bij de vrouw verblijft en de andere week van woensdag na school tot vrijdagavond bij de vrouw is, met duidelijke afspraken over ophalen en brengen.

Daarnaast is afgesproken dat communicatie tussen partijen via telefoon of WhatsApp verloopt en dat zij mediation zullen inzetten om de communicatie in het belang van het kind te verbeteren. De rechtbank kent het exclusieve gebruik van de gezamenlijke woning toe aan de man en beveelt de vrouw de woning te verlaten en niet meer te betreden.

Overige verzoeken zijn ingetrokken en liggen niet langer voor. De beschikking is op 5 november 2019 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank kent de zorg toe aan de man, stelt de zorgregeling vast en kent het exclusieve gebruik van de woning aan de man toe met vertrek van de vrouw.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/486779 / FA RK 19-4998
Beschikking van 5 november 2019
in de zaak van:
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. A.M. Bruin,
tegen
[verweerder] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. H. Seton.

1.Verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft ontvangen:
  • een verzoekschrift van de vrouw, binnengekomen op 26 augustus 2019;
  • het verweerschrift van de man met zelfstandige verzoeken, binnengekomen op
22 oktober 2019;
  • een brief van 25 oktober 2019 van de vrouw met bijlage;
  • een verweerschrift op de zelfstandige verzoeken, binnengekomen op
28 oktober 2019.
1.2.
Op 28 oktober 2019 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen waren aanwezig, bijgestaan door hun advocaten.

2.Beoordeling van de verzoeken

Waar gaat het over?
2.1.
Partijen zij op [trouwdatum] 2008 getrouwd in [woonplaats] . Zij hebben samen een dochter:
[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] .
2.2.
Partijen willen gaan scheiden. Zij vragen de rechtbank om voorlopige voorzieningen te treffen. Dat zijn tijdelijke maatregelen voor de duur van de echtscheidingsprocedure.
Toevertrouwing
2.3.
De rechtbank zal [voornaam van minderjarige] toevertrouwen aan de man, omdat partijen het hier over eens zijn en van andere bezwaren niet is gebleken.
Zorgregeling
2.4.
Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling overeenstemming bereikt over de zorgregeling. De rechtbank zal de afgesproken zorgregeling vastleggen:
  • in de ene week verblijft [voornaam van minderjarige] van woensdag uit school tot en met zondagavond 18.00 uur bij de vrouw, de man haalt [voornaam van minderjarige] bij de vrouw op;
  • in de andere week verblijft [voornaam van minderjarige] van woensdag uit school tot vrijdagavond tussen 16.30 en 17.30 uur bij de vrouw, de vrouw brengt [voornaam van minderjarige] op vrijdagmiddag naar de woning van de man en de man zorgt dat [voornaam van minderjarige] dan naar binnen kan, ook als hij zelf nog niet thuis is;
  • als er een zwemwedstrijd plaatsvindt in het weekend van de vrouw, dan haalt de man [voornaam van minderjarige] bij de vrouw op voor de wedstrijd en dan haalt de vrouw [voornaam van minderjarige] na de wedstrijd weer bij de man op.
2.5.
Partijen hebben verder afgesproken dat zij indien nodig zullen communiceren via de telefoon (WhatsApp of bellen). De man zal de vrouw steeds tijdig op de hoogte stellen van zwemwedstrijden die vallen in het weekend van de vrouw en de begin en eindtijden daarvan. Verder hebben partijen afgesproken dat zij in het belang van [voornaam van minderjarige] aan hun communicatie gaan werken via een mediator. De mediationfunctionaris van de rechtbank heeft hierover inmiddels contact met partijen opgenomen.
Uitsluitend gebruik van de woning
2.6.
De rechtbank zal bepalen dat de man met uitsluiting van de vrouw gerechtigd is tot het gebruik van de woning aan de [adres] ( [postcode] ) te [woonplaats] , met bevel dat de vrouw de woning moet verlaten en verder niet meer mag betreden, omdat partijen het hier over eens zijn.
Overige verzoeken
2.7.
De overige verzoeken zijn ingetrokken en liggen daarom niet langer aan de rechtbank voor.

3.Beslissing

voor de duur van het geding
De rechtbank
3.1.
vertrouwt [voornaam van minderjarige] toe aan de man;
3.2.
stelt de volgende zorgregeling vast:
  • in de ene week verblijft [voornaam van minderjarige] van woensdag uit school tot en met zondagavond 18.00 uur bij de vrouw, de man haalt [voornaam van minderjarige] bij de vrouw op;
  • in de andere week verblijft [voornaam van minderjarige] van woensdag uit school tot vrijdagavond tussen 16.30 en 17.30 uur bij de vrouw, de vrouw brengt [voornaam van minderjarige] op vrijdagmiddag naar de woning van de man en de man zorgt dat [voornaam van minderjarige] dan naar binnen kan, ook als hij zelf nog niet thuis is;
  • als er een zwemwedstrijd plaatsvindt in het weekend van de vrouw, dan haalt de man [voornaam van minderjarige] bij de vrouw op voor de wedstrijd en dan haalt de vrouw [voornaam van minderjarige] na de wedstrijd weer bij de man op;
3.3.
bepaalt dat de man met uitsluiting van de vrouw gerechtigd is tot het gebruik van de woning aan de [adres] ( [postcode] ) te [woonplaats] , met bevel dat de vrouw de woning moet verlaten en verder niet meer mag betreden.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.R. Scharrenborg (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. F. de Kleijn als griffier en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2019.
..