Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Verdere verloop van de procedure
2.Vaststaande feiten
[minderjarige](hierna: [minderjarige] ), geboren op [2018] te [geboorteplaats] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kind toe te wijzen, de moeder te bevelen terug te verhuizen naar Nederland met het kind, en een hoofdverblijfplaats bij de vader vast te stellen. Tevens werd een zorg- en informatieregeling gevraagd.
De moeder was met het kind vertrokken en de verblijfplaats was onbekend. De rechtbank oordeelde dat de moeder onvoldoende rekening hield met het belang van het kind en het omgangsrecht van de vader. Daarom werd het verzoek tot gezamenlijk gezag en terugverhuizing toegewezen, met een dwangsom van €250 per dag bij niet-naleving. Het verzoek tot hoofdverblijfplaats bij de vader werd afgewezen vanwege onbekende omstandigheden en het ontbreken van een bestaande hechtingsrelatie met de vader.
Een minimale zorgregeling werd vastgesteld met twee keer per week twee uur omgang, en een informatieregeling waarbij de moeder maandelijks schriftelijk moet informeren over belangrijke zaken omtrent het kind. Voor het niet naleven van deze regelingen werden dwangsommen opgelegd, met een maximum van €40.000. Het verzoek tot kinderalimentatie werd afgewezen wegens gebrek aan gegevens over de draagkracht van de moeder.
Uitkomst: De rechtbank wijst gezamenlijk gezag en terugverhuizing toe, stelt zorg- en informatieregelingen vast met dwangsommen, en wijst het verzoek tot hoofdverblijfplaats en kinderalimentatie af.