ECLI:NL:RBMNE:2019:6777
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte poging woninginbraak wegens onvoldoende bewijs
Op 9 mei 2019 vond een poging tot woninginbraak plaats in een woning te [woonplaats]. Verdachte werd enkele minuten na de melding samen met twee anderen op ongeveer 150 meter van de plaats delict aangetroffen. Bij een medeverdachte werd gereedschap gevonden dat bij de inbraakpoging was gebruikt.
Getuigenverklaringen en politieonderzoek lieten echter ruimte voor twijfel. Een getuige verklaarde dat de inbrekers uiteenliepen, waardoor niet vaststaat dat de drie staande gehouden jongens dezelfde personen waren als de inbrekers. De politiehond volgde een geurspoor naar de groep, maar dit bewijs was onvoldoende om betrokkenheid van verdachte te bewijzen.
De verklaring van verdachte dat hij uit de moskee kwam en de medeverdachten pas kort had ontmoet, werd niet weerlegd door het bewijs. Het buurtonderzoek leverde geen relevante resultaten op en een schoensporenonderzoek werd niet uitgevoerd. De rechtbank achtte het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij.
De rechtbank hechtte aan het ontbreken van direct bewijs van aanwezigheid van verdachte bij de woning en concludeerde dat de verdachte niet met voldoende zekerheid kan worden aangewezen als dader van de poging tot woninginbraak.
De voorlopige hechtenis werd opgeheven en verdachte werd vrijgesproken van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van poging woninginbraak.