ECLI:NL:RBMNE:2019:6779
Rechtbank Midden-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging woninginbraak wegens onvoldoende bewijs
Op 9 mei 2019 vond er een poging woninginbraak plaats bij een woning aan de [adres 2] te [plaats]. Verdachte werd enkele minuten na de melding met twee anderen in de nabijheid van de woning aangetroffen. Bij hem werd een bivakmuts gevonden en bij een medeverdachte gereedschap dat bij de inbraakpoging was gebruikt.
De officier van justitie achtte het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, terwijl de verdediging stelde dat verdachte ontkende betrokken te zijn en dat hij tijdens de Ramadan in de moskee was. Ook ontbraken directe bewijzen zoals camerabeelden of schoensporen die verdachte aan de woning verbonden.
De rechtbank concludeerde dat hoewel er aanwijzingen waren die op betrokkenheid konden wijzen, de verklaring van een getuige en het ontbreken van sluitend bewijs onvoldoende waren om verdachte wettig en overtuigend te verbinden aan de poging tot woninginbraak. Het buurtonderzoek en schoensporenonderzoek leverden geen relevante resultaten op.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van poging woninginbraak.