Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[verzoeker/eiser] , te [woonplaats] , verzoeker/eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.Gelet op artikel 16 van Pro de Taxiverordening Utrecht 2018 is deze verordening in werking getreden op de vijftiende dag na de datum van de bekendmaking, in dit geval 9 oktober 2018. Dit betekent dat ten tijde van het primaire besluit nog de Taxiverordening Utrecht 2015 van toepassing was. Verweerder heeft ten onrechte aangenomen dat de ex tunc-toetsing in bezwaar als gevolg heeft dat de Taxiverordening Utrecht 2018 van toepassing is. Die verordening zou alleen toepassing kunnen vinden als deze een gunstiger regeling bevat, maar daarvan is in dit geval geen sprake.
De voorzieningenrechter overweegt dat de beelden geen duidelijkheid geven over de aanleiding van het incident. Het is een momentopname, een deel van het incident is zichtbaar. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt het volgende uit de beelden. Verzoeker gaat voorover gebogen op de mogelijke klant (hierna: de man) af met gespreide armen. De man pakt verzoeker achter zijn nek, althans bij zijn kraag, en trekt verzoeker met een draai opzij waardoor verzoeker op de grond valt. Hierop staat verzoeker op, trekt zijn T-shirt uit en loopt in de richting van de man. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het gedrag van verzoeker provocerend en niet de-escalerend is vanwege zijn lichaamshouding, het uittrekken van het shirt, het uitdagend naar de man toe bewegen en om wat verzoeker roept, te weten ‘Kom maar hier’. Op de beelden is ook te zien dat de man zich uitdagend opstelt en verder is te horen dat verzoeker zegt dat de aanwezigen getuigen zijn van wat de man heeft gedaan, maar naar het oordeel van de voorzieningenrechter doet dit niet af aan het gedrag van verzoeker zelf. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder het gedrag van verzoeker, zoals zichtbaar is het filmpje, terecht als fysiek en verbaal agressief heeft aangemerkt.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.536,-;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 170,--aan eiseres vergoedt;