Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 11 september 2018 tegen de zitting van 3 oktober 2018;
- de conclusie van antwoord
- het tussenvonnis van 17 oktober 2018 waarmee een comparitie van partijen is gelast op 5 december 2018;
- de brief van de gemachtigde van eiseres van 20 november 2018 met als bijlage een akte houdende doorhaling;
- de antwoordakte van 9 januari 2019.
2.Het geschil en de beoordeling daarvan
om haar moverende redenen’ om doorhaling verzocht. Dat betekent dat eiseres de vordering alsnog laat varen. De vordering moet dus worden afgewezen. Eiseres zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.