ECLI:NL:RBMNE:2019:808
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A.M. Penders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling dwangakkoord wegens onvoldoende onderbouwing en documentatie
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot vaststelling van een dwangakkoord in het kader van haar schuldsanering. Zij bood een schuldregeling aan waarbij concurrente schuldeisers een uitkering van circa 1,62% van hun vorderingen zouden ontvangen, gebaseerd op een prognose van haar afloscapaciteit over 36 maanden. Dit voorstel werd door alle schuldeisers behalve de verweersters geaccepteerd.
De rechtbank beoordeelde het verzoek aan de hand van de criteria dat het voorstel goed en betrouwbaar gedocumenteerd moet zijn en dat het het uiterste moet weerspiegelen waartoe verzoekster financieel in staat is. De rechtbank constateerde dat de waarde van het vermogen van verzoekster, waaronder een perceel grond, onvoldoende was vastgesteld en dat de rol van de beheerder onduidelijk was. Ook was in de berekening van het vrij te laten bedrag geen correcte rekening gehouden met kostgeld van een meerderjarige inwoner, wat de afloscapaciteit zou verhogen.
Daarnaast was de transitievergoeding aanvankelijk niet meegenomen in het aanbod, en het bijgewerkte percentage na opname hiervan ontbrak. Gezien deze tekortkomingen achtte de rechtbank het voorstel onvoldoende betrouwbaar en niet het uiterste wat verzoekster financieel kan bieden. Omdat de verweersters bijna de gehele schuld vertegenwoordigen, woog hun belang zwaar. Daarom werd het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord afgewezen.
Verzoekster handhaafde haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, waarover bij afzonderlijk vonnis zal worden beslist.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en onbetrouwbare documentatie.