Uitspraak
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- De doodsoorzaak van [slachtoffer] is niet vast komen te staan, waardoor zowel natuurlijke als onnatuurlijke doodsoorzaken tot de mogelijkheden behoren. Een noodlottig ongeval valt dus niet uit te sluiten.
- Niet kan worden bewezen dat verdachte het slachtoffer doelbewust alcohol heeft laten nuttigen, dan wel haar in een dronken dan wel onmachtige toestand heeft meegenomen naar de rivier en heeft gewacht totdat ze alleen waren.
- Uit de verklaringen van verdachte blijkt dat hij geen actieve handeling heeft verricht om het slachtoffer op de rand van de pier neer te zetten, dan wel te leggen. Dat het slachtoffer te water is geraakt is voor verdachte absoluut niet voorzienbaar geweest.
- Er is geen enkel forensisch, technisch en/of direct bewijs in het dossier waaruit kan worden afgeleid dat verdachte enige geweldshandeling op het slachtoffer heeft uitgeoefend waardoor zij in de rivier terecht is gekomen.
- Zoals blijkt uit de adviezen van professionals en de omschrijving van de situatie ter plaatse, zou het een kamikaze-actie zijn geweest voor verdachte om slachtoffer achterna te springen. Als hij dat had gedaan dan waren zij er waarschijnlijk allebei niet meer geweest.
- Er is geen sprake van voorwaardelijk opzet dan wel bewuste schuld.
- Niet bewezen kan worden dat sprake is van geldelijk gewin dan wel het financieel leegtrekken van het slachtoffer.
- Aangaande de levensverzekering is de verdediging van mening dat deze wel is aangevraagd in het kader van het plan van verdachte en slachtoffer om samen te wonen.
- De getuigenverklaring van [getuige 1] kan niet voor het bewijs worden gebruikt en de verdediging verzoekt de rechtbank deze verklaring uit te sluiten van het bewijs.
- Met betrekking tot het toebrengen dan wel regisseren van de dood van slachtoffer is naar voren gebracht dat verdachte overal foto’s van maakte. De foto’s van het slachtoffer met de flesjes drank als onderdeel van een masterplan is dan ook niet aan de orde. Daarnaast kende verdachte de plek waar slachtoffer in het water is gevallen niet.
- Verdachte heeft bij de Gemeente Almere geen overlijdensakte willen aanvragen. Het ging om een uittreksel van de gemeentelijke basisadministratie. Ook heeft verdachte geen stukken naar [benadeelde 2] gestuurd.
a) de 115-melding
Als je 250.000 euro zou kunnen verdienen, maar je moest 4 jaar weg, zou je dat doen?’. En:
“Ik vroeg “Meen je dat?”, hij reageerde hierop door “ja” te zeggen.”[getuige 8] heeft verklaard dat het voor haar duidelijk was dat hij met ‘weg’ de gevangenis bedoelde. [38]
dit meisje gaat waarschijnlijk verdwijnen’ of iets in die trant. [C] zei vervolgens tegen [getuige 10] : ‘
en dan is dat meisje opeens weg’. [49] [C] heeft op 17 januari 2017 ten overstaan van rechercheofficier van justitie H.F. Mos verklaard dat hij anderhalve maand voor het vertrek naar Suriname een gesprek met verdachte heeft gehad op een brug in Amsterdam. Verdachte heeft daarbij onder meer gezegd: ‘
dat zij er straks niet meer is’. Later toen ze dood was heeft [C] wel gedacht: ‘
hee, nu is ze er echt niet meer’. [50]
p.s. je bent en was de enige’. [52]
[meubelzaak]verschillende meubels besteld. Aan deze bestelling is de naam van verdachte gekoppeld en het afleveradres is de [adres] te [woonplaats] . [59]
Verdachte: Al bijna twee jaar samen
Ja, dus stel dat het straks zo ver is euhm…zijn er dan dingen die ik nog moet regelen of is dan een begunstiging bij jullie voldoende?’. [89]
Insidiousin de bioscoop TBL te gaan. [getuige 9] is met haar auto naar de Hermitage Mall gereden. Verdachte was tijdens de film vooral bezig met zijn telefoon. Na de film hebben ze bij de Naskip aan de Henk Aronstraat kip gegeten. De kip bij de Mac en de Naskip bij Kwatta bleken op te zijn. Zij reed in de auto van verdachte en hij was alleen met zijn telefoon bezig. Verdachte vroeg of ze naar Bar Zuid wilde rijden. Daar ontmoette verdachte twee Nederlandse mannen. Zij werd achtergelaten in de auto. Op verzoek van één van de mannen is ze er bij gaan zitten. Toen verdachte aangaf dat hij slaap had zijn ze weggegaan. Ze is weer afgezet bij de plek waar haar auto stond. Verdachte zei dat hij naar huis ging. Het viel [getuige 9] hierbij op dat verdachte echt weg racete met zijn auto. [94] Uit informatie van de bioscoop TBL Cinemas blijkt dat op 25 juni 2015 van 21.30 uur tot en met 23.30 uur de film Insidious 3 is afgespeeld. [95]
[kenteken]’. De Surinaamse politie heeft bevestigd dat dit een Surinaams kenteken betreft. Dit kenteken was afgegeven voor een witgelakte Toyota Ist, bouwjaar 2003. [104] Verdachte heeft verklaard dat toen hij met [slachtoffer] op de plek langs de rivier was, daar eerst nog een ander koppel was met een witte Toyota Ist. [105]
Ik denk dat ik hulp nodig zal hebben. De ouders gaan ontkennen dat ze drinkt. Terwijl ze zwaar heeft gedronken. Heb ik zelfs een foto van”. [115]
“Dus je gaat niet vreemd”.Verdachte bevestigt dit. [134]
je weet verder niks.. je weet ook niet van die polis”. [137] En omstreeks 22.30 uur wordt gezegd:
[verdachte] : Echt hier ga je zo keihard doorheen…en dan ehh is t de bonus dat het wordt uitgekeerd (…)snap je wat ik bedoel? dan gaan we echt naar bali…of wil je niet naar Bali?
[getuige 4] : weet ik dat jij een relatie met haar hebt?
Het maakt niet uit wat er gebeurd maar wij zullen nooit uit elkaar gaan. Of ik iemand heb vermoord of niemand heb vermoord. Wij gaan niet uit elkaar.” [140]
i) de financiële positie van [slachtoffer]
Certificaat Nummer: [nummer]
yes’. Op 5 juni 2015 neemt [slachtoffer] weer contact op met verdachte via de app. Na de uitwisseling dat ze elkaar missen zegt verdachte: ‘
Had je ziggo betaald’. [slachtoffer] antwoordt dat ze deze betaald heeft en verdachte antwoordt: ‘
Gelukkig’. [204]
U vraagt mij of ik weet of ik ook aanwezig was toen [slachtoffer] op 2 mei 2015(de rechtbank leest: 2 juni 2015)
haar handtekening zette onder het document van de Rabobank opgenomen op pagina 2529 in het procesdossier. Dat weet ik niet, dat zou ik moeten nakijken.” [209]
Met welke mate van waarschijnlijkheid zijn de handtekeningen “ [slachtoffer] ” op de in de materiaalopstelling onder punt 2.1 bij betwist materiaal vermelde documenten(de rechtbank begrijpt: de betwiste documenten)
door [slachtoffer] op deze documenten geplaatst?”. [212]
De onderzoeksbevindingen met betrekking tot de betwiste handtekening op het schriftstuk X2 zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 2 waar is, dan wanneer hypothese 1 waar is.” [218]
eenvriendin was en ook dat zij zijn buitenvrouw was. Hij zou met haar en ook met andere vriendinnen gaan samenwonen, dat wil zeggen dat hij zijn tijd zou gaan verdelen tussen deze vrouwen. De overlijdensriscoverzekering werd volgens verdachte afgesloten omdat [slachtoffer] een huis wilde kopen. Op een ander moment verklaart hij dat deze zou zijn afgesloten vanwege verschillende leningen die [slachtoffer] bij hem had. Ook heeft verdachte verklaard dat zijn overlijdensrisicoverzekering met [slachtoffer] als begunstigde een financiële waarborg voor zijn kinderen beoogde te zijn.
[kenteken]’ bij de politie verklaard dat hij zich niet kan herinneren dat hij deze om 01.44 uur heeft gemaakt. Hij weet niet met welk doel hij deze notitie heeft gemaakt, meestal maakt hij een foto als hij wordt afgesneden. Ter zitting van 30 januari 2091 heeft verdacht verklaard dat hij zich niet kan herinneren dat hij een kenteken heeft genoteerd en dat hij ook niet weet waarom de notitie in zijn telefoon staat.
- Verdachte heeft [slachtoffer] misleid ten aanzien van de werkelijke aard van hun relatie door haar voor te houden dat zij een liefdesrelatie hadden, dat hij met haar wilde samenwonen en in de toekomst met haar zou trouwen. [slachtoffer] was niet op de hoogte van de andere vrouwen in het leven van verdachte en het plan van verdachte om met [getuige 4] te gaan samenwonen. In de maand juni 2015 waar verdachte en [slachtoffer] elkaar via WhatsApp laten weten hoe zeer zij elkaar missen, heeft verdachte ook seksueel contact met [getuige 7] en probeert hij een relatie aan te knopen met [getuige 9] . Op de avond voor de dood van [slachtoffer] gaat verdachte uit eten met [slachtoffer] en haar familie. Hij wil naar eigen zeggen aan haar familie laten zien dat ze nu echt bij elkaar horen. Ter zitting verklaarde hij dat het zo fijn was dat ze eindelijk tijd met elkaar kunnen doorbrengen. Daarna brengt hij [slachtoffer] terug naar het appartement en gaat hij met [getuige 9] naar de bioscoop.
- Voordat [slachtoffer] in contact kwam met verdachte had zij een normaal financieel bestaan. Zij studeerde, had een bijbaan bij de Action en had een bedrag van ruim
- Ongeveer anderhalve maand voor [slachtoffer] is overleden is een levensverzekering op haar leven afgesloten. Kort voor haar overlijden is de begunstigde gewijzigd en werd verdachte als begunstigde opgegeven.
- Een maand voor het overlijden van [slachtoffer] is een uitvaartverzekering op haar naam afgesloten, terwijl zij al een uitvaartverzekering had.
- Bij het afsluiten van deze verzekeringen had verdachte opvallende urgentie door aan [slachtoffer] te vragen of ze alles had geregeld, door vanuit Suriname te bellen naar de verzekeraar of alles was geregeld voor ‘als het straks zover is’ en [slachtoffer] te vragen om de polis mee te nemen naar Suriname.
- Verdachte heeft wisselende verklaringen afgelegd over de reden van het afsluiten van de levensverzekering. Een van deze redenen zou zijn het gaan samenwonen met [slachtoffer] . Uit het dossier blijkt niet dat verdachte in werkelijkheid plannen had om met [slachtoffer] samen te wonen, maar juist met [getuige 4] .
- Verdachte heeft gesteld dat [slachtoffer] diverse leningen bij hem had. Ondanks diverse aankondigingen van verdachte is de financiële onderbouwing van deze leningen – bewijs dat [slachtoffer] de bedragen heeft geleend en bewijs hoe verdachte aan deze bedragen gekomen was - achterwege gebleven.
- Verdachte heeft ter onderbouwing van de leningen diverse kwitanties overgelegd aan de rechtbank. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte (een deel van) de onderbouwing, te weten de kwitantie van € 10.000,-, heeft vervalst zoals blijkt uit het onder feit 4 bewezenverklaarde. Ook stelt verdachte dat [slachtoffer] zeker een bedrag van € 67.500,- van hem zou hebben geleend. Uit de financiële gegevens van [slachtoffer] volgt dat zij zeker voor een bedrag van € 25.000,- naar verdachte heeft overgemaakt. Een levensverzekering van € 300.000,- staat niet in verhouding tot het bedrag wat nog open zou staan.
- Verdachte heeft geprobeerd zijn alibi digitaal vast te leggen door het maken van een foto van [slachtoffer] met de flesjes in de supermarkt, door in de WhatsApp-groep te zeggen dat [slachtoffer] dronken zou zijn en dat zij naar de brug wil en daarvan een screenshot te maken.
- Uit de OVC-gesprekken blijkt dat verdachte zijn vriendinnen die zijn uitgenodigd voor de politieverhoren instrueert. Met [getuige 4] wordt bijvoorbeeld afgesproken dat ze een ‘open relatie’ hebben en dat dit een geniaal plan is.
- De ex-vrouw van verdachte (en moeder van zijn kinderen), [getuige 8] , heeft verklaard dat verdachte aan haar in januari/februari 2015 heeft gevraagd: ‘Als je 250.000 euro zou kunnen verdienen, maar je moest 4 jaar weg, zou je dat doen?’ en dat hij haar zei dat hij dit meende.
- Zakenpartner [C] heeft verklaard dat verdachte anderhalve maand voor zijn vertrek naar Suriname heeft gezegd: ‘dat zij er straks niet meer is’.
- Het opmerkelijke gedrag van verdachte na het overlijden van [slachtoffer] . Hij maakt voor zijn vertrek uit Suriname een vrolijke selfie op vliegveld Zanderije, ontmoet in juli 2015 een nieuwe vriendin, [getuige 14] , gaat vanaf augustus 2015 samenwonen met [getuige 4] en gaat met [getuige 4] op vakantie naar Italië, waar ze hebben gefeest en geshopt. In deze periode maakt verdachte zich ook schuldig aan het onder 3 ten laste gelegde.
- Verdachte heeft op 14 juli 2015 contact gehad met [benadeelde 2] om een rekeningnummer te wijzigen, hij meldt het overlijden van [slachtoffer] niet.
- Op 20 juli 2015 ontvangt verdachte van de Gemeente Almere een Uittreksel uit de Basisregistratie personen waaruit blijkt dat [slachtoffer] op 29 juni 2015 is overleden. Een dag later belt verdachte naar [benadeelde 2] om het overlijden van [slachtoffer] te melden en vraagt of het uittreksel van de gemeente volstaat in plaats van een overlijdensakte voor het uitkeren van de levensverzekering.
- In juli/augustus 2015 laat verdachte na familie en een kennis te vertellen dat [slachtoffer] is overleden maar suggereert juist dat ze nog in leven is.
€ 66.000,- en een vakantietoeslag van € 5.280,-. Op deze verklaring is aangekruist dat de werknemer een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft of is aangesteld in vaste dienst. Deze verklaring is op 3 augustus 2015 door [verdachte] te [woonplaats] ondertekend; [222]
- op 4 mei 2015 is een bedrag van € 3.417,79 overgemaakt met als omschrijving: ‘Salaris april (excuus voor de ve’;
- op 26 mei 2015 is een bedrag van € 3.417,79 overgemaakt met als omschrijving: ‘maand mei’;
- op 24 juni 2015 is een bedrag van € 4.255,99 overgemaakt met de omschrijving: ‘maand juni’;
- op 29 juli 2015 is een bedrag van € 3.417,79 overgemaakt met de omschrijving: ‘juli’.
- op 26 mei 2015 is een bedrag van € 7.670,31 overgemaakt met als omschrijving: ‘ [kapsalon] personellen l oon maand mei’;
- op 10 juni 2015 is een bedrag van € 4.433,46 overgemaakt met als omschrijving: ‘Loonhefing en vakantie geld’;
- op 22 juni 2015 is een bedrag van € 7.670,31 overgemaakt met als omschrijving: ‘Salaris juni ( [kapsalon] )’;
- op 9 juli 2015 is een bedrag van € 4.433,46 overgemaakt met als omschrijving: ‘Loonheffing en vakantie geld j uni’;
- op 24 juli 2015 is een bedrag van € 7.678,22 overgemaakt met ls omschrijving ‘salaris juli ( [kapsalon] )’.
De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake was van de situatie dat [A] op basis van een payrollconstructie via [bedrijf 1] B.V. feitelijk werkzaam was bij [kapsalon] . Dit volgt uit het feit dat [bedrijf 1] B.V. geen inkomen heeft opgegeven bij de belastingdienst en geen loonbelasting heeft afgedragen; een taak die in de regel door het payrollbedrijf wordt uitgevoerd en niet door de feitelijk werkgever. Er is tevens niet gebleken van een overeenkomst van opdracht tussen [kapsalon] en [bedrijf 1] B.V. en van een payrollovereenkomst tussen [A] en [bedrijf 1] B.V.. Uit het tapgesprek van 7 september 2015 tussen verdachte en [B] volgt dat [B] het salaris voor de maand september 2015 niet wil storten. Verdachte waarschuwt hem vervolgens wat de gevolgen kunnen zijn voor de hypotheekaanvraag. Ingeval er sprake zou zijn geweest van een daadwerkelijk arbeidsverband via een het payrollbedrijf van verdachte, ziet de rechtbank niet in waarom het al dan niet doorbetalen van het salaris van [A] besproken diende te worden in verband met de hypotheek. [B] heeft een hoger bedrag aan brutoloon aan [bedrijf 1] B.V. betaald dan [A] op basis van het bruto jaarsalaris en de vakantietoeslag verdiende. Verdachte heeft verklaard dat het verschil aan hem toekwam op basis van de werkzaamheden die hij voor [B] verrichtte. Bewijs, bijvoorbeeld in de vorm van facturen van [bedrijf 1] B.V. aan [B] ontbreekt echter en [B] spreekt dit tegen. Op basis van voorgaande oordeelt de rechtbank dat aan de hypotheekverstrekker een situatie is voorgespiegeld – een bonafide vast dienstverband als manager met een bruto jaarsalaris van € 66.000 (exclusief vakantiegeld) – die in werkelijkheid niet bestond. Uit de tapgesprekken blijkt dat verdachte en [J] deze constructie samen hebben opgezet. Aangever heeft verklaard dat door deze onjuiste informatie de hypotheek is verstrekt.
5.BEWEZENVERKLARING
,met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels de rechtspersoon [benadeelde 3] B.V., heeft bewogen tot het verstrekken van een hypothecaire geldlening met een totaalbedrag van EUR 375.950,
(terwijl er geen sprake was van een dienstverbanden
(terwijl er geen sprake was van een dienstverband, en
,door de handtekening van die [slachtoffer] op voornoemde kwitantie te plaatsen
/na te maken
,zulks met het oogmerk op dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken
/ofde officier van justitie als bewijs voor de door hem, verdachte, gestelde geldlening aan voornoemde [slachtoffer] geschrift echt en onvervalst.
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
zijvanaf augustus 2015 zouden gaan samenwonen. Voor het vertrek naar Suriname heeft hij [slachtoffer] een levensverzekering laten afsluiten en heeft verdachte zelf bij [benadeelde 2] extra gecontroleerd of dit allemaal in orde was ‘voor als het zover is’. Heel het handelen van verdachte, voorafgaand aan de reis naar Suriname en ook zijn acties daar waren erop gericht dit misdrijf te plegen en geld te verdienen aan (uiteindelijk) de dood van [slachtoffer] . Verdachte heeft ook daadwerkelijk geprobeerd [benadeelde 2] te bewegen tot afgifte van de uitkering in het kader van de levensverzekering en heeft zich daarom ook schuldig gemaakt aan poging tot oplichting van [benadeelde 2] .
nog wel een overkomst kan maken dat die tienduizend euro ergens vandaan komt’. Op deze manier heeft verdachte kennelijk ook gedacht toen hij een kwitantie maakte op naam van [slachtoffer] om daarmee zijn ‘waarheid’ te onderbouwen.
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 20 jaren;
wijst afde verzoeken tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis;
over het bedrag van € 1.136,- vanaf 2 juli 2015,
over het bedrag van € 590,27 vanaf 23 juli 2015,
over het bedrag van € 174,64 vanaf 3 augustus 2015,
over het bedrag van € 1.064,80 vanaf 15 juli 2015en
over het bedrag van € 3,- vanaf 18 mei 2018,
tot de dag van volledige betaling;
over het bedrag van € 1.136,- vanaf 2 juli 2015,
over het bedrag van € 590,27 vanaf 23 juli 2015,
over het bedrag van € 174,64 vanaf 3 augustus 2015,
over het bedrag van € 1.064,80 vanaf 15 juli 2015en
over het bedrag van € 3,- vanaf 18 mei 2018,
tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 39 dagen hechtenis;