De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die verblijft in een pleeggezin. De ouders oefenen het ouderlijk gezag uit, maar er bestaat een conflict tussen hen en er loopt een strafrechtelijk onderzoek naar de vader.
De moeder betoogde dat de situatie van de minderjarige verbeterd is en dat de omgang met haar uitgebreid moet worden, terwijl de vader ook een onderzoek wenst naar zijn thuissituatie. De advocaten van beide ouders stelden bezwaren tegen de indiening en ondertekening van het verzoekschrift door de GI. De GI erkende onzorgvuldigheden bij het verzoekschrift maar handhaafde het verzoek.
De kinderrechter constateerde dat de zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige groot blijven en dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk zijn. De omgang met moeder moet worden uitgebreid en er moet nader onderzoek plaatsvinden naar het perspectief van de minderjarige bij moeder en vader. Het verzoek tot gelasting van een deskundigenonderzoek op grond van artikel 810a Rv werd afgewezen, omdat de GI de regie moet behouden en er al nieuwe jeugdhulpverleners zijn aangesteld.
De beschikking verlengt de ondertoezichtstelling tot 23 februari 2020 en de machtiging uithuisplaatsing tot uiterlijk 23 augustus 2019. Het verzoek tot nader onderzoek wordt afgewezen, maar de mogelijkheid tot heroverweging blijft open afhankelijk van de ontwikkelingen.