Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
Opsporing Verzochtde videobeelden van de overval vertoond. [25]
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 17 december 2019;
- een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina’s 18-23;
- een proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 3 en 4;
- een proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 12 en 13.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
- een contactverbod met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ;
- een contactverbod met aangevers [aangever] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ;
- een locatieverbod voor de [fastfoodrestaurant] ( [fastfoodrestaurant] ) aan de [adres] in [woonplaats] ;
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 1]
11.BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 4]
12.BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 2]
13.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 33, 33a, 36f, 57, 77a, 77g, 77i, 77w, 77wa, 77wc, 77x, 77y, 77z, 77aa en 312 van het Wetboek van Strafrecht en
- 26 en 54 van de Wet wapens en munitie;
14.BESLISSING
jeugddetentievan
365 dagen;
188 dagenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijdvan
2 jarenvast;
bijzondere voorwaardendat verdachte gedurende de proeftijd:
maatregel betreffende het gedrag van de jeugdigevoor de duur van
6 maanden, bestaande uit het volgende programma:
- draagt Samen Veilig Midden-Nederland op de tenuitvoerlegging van de maatregel te ondersteunen;
- beveelt dat als verdachte niet naar behoren meewerkt aan de tenuitvoerlegging van de maatregel
- jas Stone Island (goednummer G2402705);
- pet met logo (goednummer: G2402683);
- schoen Nike (goednummer: G2402661);
- handschoen Showa (goednummer: G2402649);
- bivakmuts (goednummer: G2402750).
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2019 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat
- wijst de vordering van [slachtoffer 4] toe tot een bedrag van
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 4] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2019 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 4] aan de Staat € 1.000,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2019 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 0 dagen jeugddetentie;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- verklaart [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;